Dojo SEFI is een karateschool dat sinds 1975 bestaat. Het Goju Ryu karate staat centraal waarbij invloeden uit andere martial arts worden meegenomen. De trainingen zijn gebaseerd op karateprincipes, waaronder lichaamsbewustwording, weerbaarheid en respect. De actieve lessen dragen bij aan een goede conditie en zorgen voor een gezellige, informele sfeer. Ook de traditionele aspecten van de vechtkunst komen uitvoerig aan bod.
Kihon
Kihon is het trainen van de basistechnieken. Denk hierbij aan verschillende stoten, trappen, weringen en klemmen en grepen.
Het Goju-Ryu karate kent 12 kata’s
Kata & Bunkai
Een kata is een vorm waarbij aaneengesloten technieken worden getraind. Kata’s worden individueel uitgevoerd. Bunkai zijn partneroefeningen die de technieken uit de kata weergeven in partner vorm.
Kumite
Kumite is een algemene benaming voor gevechtsoefeningen met partner. Deze kunnen in meer of mindere mate een vaste vorm hebben. Zo valt het zogenaamde sportkarate hieronder, maar ook oefenvormen uit het traditionele karate komen aan bod.
Theorie
Bij SEFI vinden we het belangrijk om ook een stukje bewustwording te creëren over de achtergrond en geschiedenis van de vechtkunst. Daarom bestaat elk examen uit een praktisch en een (mondeling) theoretisch onderdeel. SEFI heeft daarvoor eigen theorieboekjes ontwikkeld waarin beknopt de relevante stof wordt behandeld.
Op een speelse manier contact maken met karate.
Naast de volwassengroep heeft SEFI ook een jeugdgroep voor kinderen vanaf 7 jaar. Op speelse wijze laten we kinderen kennis maken met de principes van het karate, waaronder lichaamsbewustwording, weerbaarheid en respect. De actieve lessen dragen bij aan een goede conditie en zorgen voor een gezellige, informele sfeer. De traditionele aspecten van de vechtkunst komen ook zeker aan bod, maar vanuit een losse, speelse benadering. Op deze manier proberen we de training natuurlijk leuker te maken voor de kinderen. Zie de lestijden voor meer informatie.
Een van de vier grote karatestijlen
Goju-ryu is een van de vier grote karatestijlen. Het betekent “hard-zachte stijl”. Go staat voor de hardere, rechtlijnige technieken die vaak met een gesloten vuist worden uitgevoerd. Ju, wat zacht betekent, staat voor de open handtechnieken die gebruikt worden voor het aanvallen, afweren en controleren van de tegenstander. Hieronder vallen ook de klemmen, grepen, worpen, takedowns en worsteltechnieken.
De ontwikkeling van Goju-ryu gaat terug naar Kanryo Higashionna (1853-1916). Higashionna heeft onder veel leraren getraind. In 1873 is hij naar Fuzhou in de Chinese provincie Fujian gegaan waar hij Chinees boksen bestudeerde onder verschillende leraren. In 1882 kwam hij terug naar Okinawa waar hij begon met lesgeven.
De leerling
Een van zijn leerlingen, Chojun Miyagi (1888-1953), heeft de stijl rond 1929 de naam Goju-ryu gegeven. Rond 1940 heeft hij de kata’s Gekisai Dai Ichi en Ni toegevoegd aan de al bestaande kata’s van het Goju-ryu om beginnende leerlingen te helpen met het aanleren van de basistechnieken uit het Goju-ryu.
Met Gekisai Dai Ichi en Ni kwam het aantal kata’s uit het Goju-Ryu karate op 12 te liggen. Kata’s zijn vastliggende bewegingspatronen van verdedigings- en aanvalscombinaties die een karateka in zijn eentje, zonder partner, uitvoert. Binnen deze 12 kata’s van het goju-ryu ziet men gemakkelijk de invloeden uit Chinese vechtkunsten terug in de ronde bewegingen die in de kata’s worden uitgevoerd. De uitleg van de bewegingen die men in een Goju-Ryu kata oefent, bevatten ook veel meer technieken uit het dichtbij-gevecht dan stoten en trappen.
Belangrijk onderdeel
Een ander belangrijk kenmerkend onderdeel van het Goju-Ryu dat men ook makkelijk terug ziet in deze kata’s is het belang van een juiste ademhaling. De kata Sanchin en Tensho zijn hierbij belangrijke kata’s uit het Goju-Ryu; Sanchin voor de meer hardere (Go) technieken, Tensho voor de meer zachtere (Ju) technieken.
De nadruk op ademhaling en vastliggende bewegingspatronen ziet men overigens ook terug in het bekende traditionele Chinese Tai-chi. Hier wordt echter de nadruk meestal meer op de gezondheid dan op de vechtkunst gelegd.